5 tips om duurzamer te eten

Een artikel van Foodcabinet zette me aan het denken. Ik probeer, zoals heel veel mensen, bewust te leven. Dat gaat met vallen en opstaan. Ja, ik hou van vlees (bacon!) maar ik weet ook dat het om héél veel redenen slim en nodig is om vaker plantaardig te eten. We reizen bewust minder met het vliegtuig, maar ja daar is de auto dan wel het alternatief voor. Het afgelopen jaar was ik één van de ambassadeurs van de campagne Verspillingsvrij. Want hoewel ik behoorlijk bezig ben met minder eten verspillen bleek er nog steeds heel veel te winnen. De vijf tips van Foodcabinet voor een duurzamer leven vertaalde ik dus naar mijn eigen inzichten. Dit zijn ze:

1. Eet meer planten en minder dierlijke producten

Nee, je hoeft niet instant vegan te worden (een leven zonder kaas, hoe dan?!). Maar je kunt er wel vaker voor kiezen om een dagje (vaker) geen vlees te eten. Er zijn tegenwoordig voor heel veel dierlijke producten fantastische plantaardige alternatieven. Maar je kunt er ook gewoon voor kiezen om groente en paddenstoelen een avond de hoofdrol te laten spelen.

Het hoeft niet allemaal in één keer. Een dag per week bewuster eten maakt al alle verschil! Wij eten minimaal (vaker in de praktijk) één keer in de week vegetarisch. Vaak met de lievelings vegaschijf van mijn dochter, nog vaker door gewoon vlees uit een gerecht weg te laten en te vervangen voor ander lekkers. Inspiratie hiervoor vind je hier 

2. Eet zoveel mogelijk lokaal en met de seizoenen mee

Dus geen aardbeien met de kerst (hoever denk je dat die hebben moeten reizen), maar wel spruitjes uit Nederland in het najaar. Ik koop bijvoorbeeld mijn kaas het liefst bij de kaasboer die weet waar de kaas vandaan komt. En steeds vaker eten we alleen groente (liefst ongesneden en niet voorverpakt) uit Nederland.

En ja, ik wil ook bananen in mijn smoothie maar gebruik in de winter alleen maar diepvries blauwe bessen, want die zijn echt niet meer in het seizoen in december. Kleine stapjes...

3. Eet niet meer dan je nodig hebt

Dat betekent ook dat je niet meer koopt dan je nodig hebt. Ik plan wekelijks mijn maaltijden, denk voor de tijd na over hoe mijn week eruit ziet en baseer dáár mijn inkopen op. Maar duik ook eens de voorraadkast in om te kijken wat je daar allemaal nog mee kunt maken. Ook fijn voor je portemonnee trouwens, en het zal je verrassen wat je dan nog allemaal kunt maken!

4. Verspil zo min mogelijk eten

Dat is eigenlijk een inkopper toch? Als je niet meer koopt dan je nodig hebt, verspil je ook minder. Maar gooi eten dat bijvoorbeeld over de datum is ook eens niet meteen weg. Ruik eraan, proef het. Is het werkelijk niet goed meer of kan het nog prima. Hetzelfde voor restjes groente, je maakt er zó een omeletje mee. Easy toch?

5. Betaal een eerlijke prijs

Ik weet dat ik me altijd heel onpopulair maak als ik zeg dat ik eten eigenlijk te goedkoop vind. Zeker eten dat in de supermarkt ligt. Maar tegelijkertijd is het logisch. Je wilt graag dat alles te koop is, maar ook dat je het voor zo min mogelijk kunt kopen. Ik maak me er ook schuldig aan hoor. Iets in de bonus? Inslaan die handel.

Maar het is ook waarom ik liever (duurder) brood bij de bakker koop. Waarom ik mijn koffie liefst fairchain koop. Groente en fruit het liefst op de markt. Vlees als we het eten liefst bij de slager. Dat de grote jongens minder verdienen, prima. Maar daar waar het er toe doet, de ambachtslieden, let ik er écht op dat het voor een eerlijke prijs is.

Wat zijn jouw stappen om te zorgen dat je jouw steentje bijdraagt aan een duurzamer leven? Laat je het me weten?!

foto: Foodcabinet